Wanneer geldt slootafstand = elementbreedte in de berekening van de topsysteemweerstand voor grondwatermodellering?
In de formules voor de berekening van de parameters die het topsysteem beschrijven in een grondwater model (De Lange, 1997; Van Drecht, 1997) komt de slootafstand als een bepalende parameter voor. Als er binnen een element of cel (hierna te noemen element) vele sloten liggen is deze afstand probleemloos direkt te bepalen bijvoorbeeld met behulp van de slootdichtheid. Maar als de slootafstand veel groter wordt dan het element (bijvoorbeeld bij de beken in Brabant of de Veluwe) moet er theoretisch gezien iets ingewikkelds gedaan worden. Een voorbeeld hiervan is beschreven in (De Lange, 1997~). In de praktijk wordt in zo’n geval veelal niet verder gekeken dan het element zelf; zoals bijvoorbeeld bij de eenvoudige eendimensionale opschaling die in de MODFLOW canal-package zit. Er wordt dan niet gekeken naar de slootafstand buiten het element, hetgeen tot een aanzienlijke vereenvoudiging in GIS-operaties voor de parametrisering leidt. Nu blijkt deze vereenvoudiging ook met de meer geavanceerde formules van De Lange of Bruggeman vaak toepasbaar. Wanneer dat is wordt in dit artikel aangegeven. Dit artikel is gebaseerd op de theorie gepresenteerd in de reeks van drie artikelen in Stromingen in 1997 (De Lange, 1997a, b en c). De basis van de topsysteembenadering daarin uitgelegd wordt hier niet meer herhaald.
PUBLICATIEDATUM
03-01-2001
AUTEUR(S)
Wim de Lange