Redactioneel
Roepen over droogte
Het jaar 2003 was vanuit hydrologisch oogpunt erg boeiend. Na 2002 woedde de discussie volop hoe er met wateroverlast als gevolg van klimaatveranderingen omgegaan moet worden. Aansluitend werden we geconfronteerd met een zeer droog voorjaar en zomer. Het Hoogheemraadschap Rijnland riep opeens dat er zout water in de polder moest worden ingelaten. Feitelijk bedoelde men dat het chloridegehalte van het inlaatwater boven de 200 mg/l zou komen te liggen. In reactie daarop riep de landbouw dat dit funest is voor de land- en tuinbouw ter plaatse. Natuurbeschermers riepen dat diersoorten als de Groene Glazenmaker het loodje zouden leggen. De eerste beste website die ik over dit beestje aantrof meldde mij dat deze libellesoort behalve in de oostpunt van Rijnland vooral in het gebied rond Steenwijk voorkomt. TNO riep dat Rijnland erg onverstandig handelde, al vraag ik me af in hoeverre TNO wist dat het IJsselmeerwater dat op dat moment als alternatief inlaatwater bij Rijnland voor de deur lag, een chloridegehalte van 900 mg/l had. Ik weet ook niet in hoeverre TNO bij de berichten aan de pers zich realiseerde dat de waterinlaat voornamelijk bedoeld is om het zoute kwelwater dat sowieso in de polders naar boven komt weg te spoelen. Hans Gehrels riep in het vorige nummer van Stromingen op om alle kennisinstituten bij dit soort crisismanagement te betrekken. Daar ben ik het mee eens ben, mits die kennisinstituten ook in staat zijn alle alle beschikbare kennis direkt te mobiliseren en te coördineren.
PUBLICATIEDATUM
04-01-2003
AUTEUR(S)