Maatgevende afvoeren, onzekerheden en wereldbeelden

De bescherming van het Nederlands rivierengebied tegen overstroming door de Rijn of de Maas is gebaseerd op een veiligheidsnorm van 111250 per jaar. Volgens de Wet op de Waterkering (1996) dienen de dijken zo gedimensioneerd te zijn dat ze hoogwaterstanden kunnen weerstaan die gemiddeld slechts eens in de 1250 jaar overschreden worden. Het winterbed moet deze afvoeren kunnen verwerken zonder dat het achterliggende land overstroomt. De waterhoogtes zijn gerelateerd aan de zogeheten maatgevende afvoeren van de Rijn en Maas. Deze maatgevende afvoer wordt elke 5 jaar vastgesteld, de eerstvolgende keer zal dit jaar zijn. Dit gebeurt aan de hand van de jaarmaxima in de afvoerreeksen bij de stations Borgharen (Maas) en Lobith (Rijn), die sinds 1911 resp. 1901 dagelijks gemeten worden. Omdat de meetreeksen waarover we kunnen beschikken ongeveer 100 jaar omspannen, wat in vergelijking met norm van 1250 jaar relatief kort is, is een nauwkeurige bepaling van de maatgevende afvoer statistisch niet mogelijk. Ook bestaan er geen alternatieve instrumenten (zoals hydrologische modellen) waarmee een nauwkeurige bepaling van gebeurtenissen met een dergelijke grote herhalingstijd met grote zekerheid bepaald kan worden. Dit is een probleem, omdat vanwege de hoge kosten die hoogwaterbescherming met zich meebrengt, een nauwkeurige bepaling wel gewenst is.

PUBLICATIEDATUM

02-01-2001

AUTEUR(S)

Jaap Kwadijk
Nicole van Gemert
Marjolein van Asselt
Willem van Deursen
Hans Middelkoop
Hendrik Buiteveld