Kwelvensters onder gebouwen en in het vrije veld
In Stromingen 614 beschreven Anton Poot en Paul Schot de vorm en de dynamiek van een neerslaglens in een vlak perceel tussen evenwijdige waterlopen in een kwelgebied. De vorm van de lens blijkt sterk af te hangen van de ruimtelijke verdeling van de grondwateraan-vulling. Als de aanvulling gelijkmatig over een perceel verspreid is, heeft de lens een vrijwel parabolisch verloop. Dit is gewoonlijk het geval in cultuurgebieden die goed ontwaterd zijn. Minder goed ontwaterd land en vochtige natuurgebieden kennen vaak plekken waar in natte tijden de grondwaterspiegel tot aan het maaiveld stijgt, zodat overtollige neerslag oppervlakkig afstroomt in plaats van in de bodem weg te zijgen. Op zulke plaatsen, die dus een geringere grondwateraanvulling kennen, is de lens dunner. Onder bepaalde hydrologische verhoudingen kan het diepere grondwater er zelfs dagzomen, om kwelvensters te vormen. Natuurbeheerders spreken dan van kwel aan maaiveld. Ze zijn er dol op, omdat die – per grondwater kansen biédt aan vegetatietypen die zeldzaam geworden zijn. Boeren zijn er minder blij mee. Uit mijn’eigen loopbaan herinner ik me de grote kale plekken in het vlakke Zeeuwse bouwland, die het gevolg zijn van optrekkend zout grondwater (figuur 1). Ze liggen op slecht ontwaterde plaatsen nabij de kust, waar de kwelflux groot en de grondwateraanvulling klein is.
PUBLICATIEDATUM
04-01-2001
AUTEUR(S)
Kees Maas