Grondwaterwinningen nader beschouwd
De afgelopen jaren zijn er binnen de hydrologie met enige regelmaat artikelen verschenen waarin een discrepantie tussen meetgegevens en berekeningen naar voren komt. Dit heeft geleid tot een aanhoudende discussie over de kwaliteit en bruikbaarheid van meetgegevens en rekenresultaten die middels modellen dan wel statistische analyses worden verkregen. De afgelopen jaren heeft deze discussie zich onder meer toegespitst op de zogenaamde achtergrondverdroging. Deze achtergrondverdroging is naar aanleiding van statistische modellering van tijdreeksen afkomstig van peilbuisgegevens in het eerste watervoerende pakket door Rolf (1989) geïntroduceerd. Hierbij is onder meer het volgende geconcludeerd: Los van gebieden waar grondwaterwinning plaatsvindt en gebieden waar ruilverkaveling tot stand is gekomen, is ook in de rest van Hoog-Nederland vrij algemeen sprake van een gedaalde grondwaterstijghoogte van ca. 20 centimeter… Het is aannemelijk dat deze “achtergrondverdroging” zich indirect heeft gemanifesteerd via veranderingen van het peilregime in de Nederlandse beken als gevolg van opeenhoping van de effecten van verschillende menselijke ingrepen in het stroomgebied. De belangrijkste oorzaak van deze achtergrondverdroging moet worden gezocht in de toename van waterhuishoudkundige ingrepen in de eind 50-er en begin 60-er jaren. Over deze achtergrondverdroging, die recentelijk ook wel achtergrondverlaging wordt genoemd (Van den Akker 2013), heeft de NHV een themabijeenkomst gepland. Dit artikel is geschreven naar aanleiding van de uitnodiging van de NHV om deel te nemen aan de discussie over achtergrondverlaging.
PUBLICATIEDATUM
03-01-2013
AUTEUR(S)
Jaco van der Gaast