Stromingen
Stromingen is het vakblad voor hydrologen. Er wordt ruimte geboden aan wetenschappelijke artikelen, reacties, discussiebijdragen, congresverslagen, boekbesprekingen, vuistregels en proza. Stromingen wordt uitgegeven door de Nederlandse Hydrologische Vereniging.
Op deze pagina kunt u alle artikelen die in Stromingen gepubliceerd zijn opzoeken en downloaden.
Drinkwaterfunctie en verzilting van het Ijsselmeergebied
Klimaatverandering leidt tot stijging van de zeespiegel en een veranderende hydrologie van de Rijn. Hierdoor neemt de kans op periodieke verzilting van het IJsselmeergebied toe. Het Markermeer is voor wat betreft verzilting meer klimaatbestendig dan het IJsselmeer. Dit blijkt uit een modelstudie waarbij de chlorideconcentratie in het IJsselmeergebied dynamisch in de tijd is gesimuleerd. Modelberekeningen laten zien dat de geplande omzetting van het bemalingsregime in Zuidelijk Flevoland een stijging van het chloridegehalte met maximaal 80 mg/l kan veroorzaken in het Markermeer. Het chloridegehalte in Markermeer komt hierdoor rond de 210 mg/l en het water wordt minder geschikt als grondstofbron voor drinkwater. Dit is gezien de kwetsbaarheid van het IJsselmeer voor toekomstige verzilting een ongewenste ontwikkeling.
Hatsi-kD 76 tm 77: Lekkende peilbuizen en slecht afgedichte kleilagen
Vuistregels in de hydrologie.
Van de Brabantse Wal naar Adelaide
De Brabantse Wal is een steilrand met een welhaast on-Nederlands hoogteverschil van soms wel 20 meter. Hij loopt in noord-zuid richting op de grens van Brabant en Zeeland, tussen de plaatsen Halsteren en Ossendrecht. Vanuit de trein naar Vlissingen is de wal heel goed te zien. Zelfs de automobilist op de A4/A58 kan er een vluchtige blik op werpen. Maar elke bestuurder of passagier die niet uitstapt om de wal van dichtbij te gaan bekijken doet zichzelf te kort. Rondom de wal is namelijk binnen een gebied van enkele kilometers zo’n beetje alles te zien wat Nederland qua geologie en hydrologie te bieden heeft. Het gebied ten oosten van de steilrand vertelt het verhaal van de ontwikkeling van de hoge zandgronden, terwijl de bodem van het polderlandschap ten westen van de wal de geschiedenis herbergt van laag Nederland. Het heeft bijna iets weg van een openluchtmuseum.
Een pompproef in een gelaagd freatisch pakket
De gemeente Hilversum werkt in hoog tempo aan de verbetering van de bereikbaarheid en de doorstroming van het verkeer. Hiervoor is onder meer een aanpassing van het kruispunt Soestdijkerstraatweg-Oostereind noodzakelijk. Deze aanpassing bestaat uit de aanleg van een tunnelbak met bovenliggende rotonde. De doorrijhoogte in de tunnel wordt 4,50 meter, zodat het vrachtverkeer er ook gebruik van kan maken. Voorbereidend op de uitvoering voert de gemeente diverse onderzoeken uit, waaronder een pompproef ter plaatse van het kruispunt. Het doel van de pompproef is het bepalen van de geohydrologische eigenschappen van de ondergrond. Deze zijn nodig voor een nauwkeurige berekening van het bemalingsdebiet met een numeriek grondwatermodel. De grondwaterstand dient namelijk voldoende te worden verlaagd om in combinatie met andere technieken de tunnelbak in den droge aan te kunnen leggen.
Bepaling modelonzekerheid voor het grondwatermodel van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden
Met behulp van de representermethode is het mogelijk om de onzekerheid van de stijghoogten van een gekalibreerd model te berekenen. Met de hiervoor gevolgde methode is het ook mogelijk om deze onzekerheid te valideren en eventueel de onzekerheid met een bepaalde correctiefactor aan te passen, indien de validatie dit aangeeft. Een extra complicatie in dit praktijkvoorbeeld, was dat het model niet tot het optimum was doorgekalibreerd. Om de onzekerheid van de gemodelleerde stijghoogten hiervoor te compenseren is het effect van de bias op de onzekerheid meegenomen. De onzekerheid van de modelparameters kan ook berekend worden, maar zal in de praktijk vaak niet rechtstreeks gevalideerd kunnen worden, omdat meetdata van deze parameters niet of nauwelijks voorhanden zijn. Voor de correctie van de onzekerheid van de modelparameters is het van belang om te bepalen of de lineaire optimale modelparameters realistisch zijn of dat deze een fout in het modelconcept compenseren. Voor beide situaties wordt in dit artikel een methodiek voorgesteld. Voor de laatste situatie is de methodiek uitgewerkt en toegepast op het model van HDSR.
Seizoensinvloeden in het ondiepe grondwater
Reistijden, nitraatuitspoeling en de seizoensinvloeden erop in ondiep grondwater.
Simuleren van extreme opiekafvoeren op de Rijn voor verschillende klimaatscenario’s
De dijken langs de Nederlandse bovenrivieren zijn ontworpen om een afvoer te kunnen keren die een overschrijdingskans heeft van 1/1250 per jaar. Deze afvoer wordt de maatgevende afvoer genoemd. Onder de huidige omstandigheden is deze geschat op 16.000 m³/s bij Lobith (Randvoorwaardenboek, 2006). Het bepalen van de grootte van een afvoer met een dergelijke kleine kans van voorkomen is echter onzeker. Omdat we maar een relatief korte meetreeks van afvoeren, ongeveer 100 jaar, tot onze beschikking hebben is de onzekerheid in de schatting groot. Met een veranderend klimaat is de verwachting dat wereldwijd de kans op extreme hoge afvoeren toeneemt (Milly e.a., 2005, IPCC, 2007). Het overstromingsrisico neemt daarnaast toe door de groei van de bevolking en economische activiteit. Omdat deze groei zich vooral afspeelt in gebieden waar er gevaar voor overstromingen bestaat, zoals delta’s, wordt de toename van het risico verder versterkt. In dit artikel zijn meerder methoden beschreven om een schatting te maken van de kans op extreme hoge afvoeren rond het jaar 2050 in het stroomgebied van de Rijn. Hierbij geven we inzicht in de verschillen in de schattingen die ontstaan door op verschillende manieren de klimaatscenario’s te gebruiken.
Bericht van het bestuur
Geachte leden van de NHV,
De afgelopen maanden heeft u zich natuurlijk afgevraagd wat er met Stromingen aan de hand was. Of misschien heeft u zich zelfs wel zorgen gemaakt over het voortbestaan van Stromingen. Nu het – weliswaar verlate – nummer 2 en 3 van 2010 voor u ligt, bent u hopelijk gerustgesteld dat Stromingen nog steeds bestaat en dat uw vereniging nog steeds springlevend is. Natuurlijk is er wel van alles aan de hand geweest, en daar bent u op de website, LinkedIn en in de nieuwsbrief ook over geïnformeerd, maar gelukkig zijn die problemen nu opgelost.
De NHV is – zoals u weet – een vereniging, gedragen door vrijwilligers die proberen zo professioneel mogelijk te werken. Maar het blijft een vereniging van vrijwilligers, die in hun vrije tijd hun ziel en zaligheid leggen in het organiseren van bijeenkomsten, het beschikbaar maken van literatuur, het organiseren van cursussen, het vormen van werkgroepen, het publiceren van referentieliteratuur, het leggen van internationale contacten, het benadrukken van het belang van de hydrologie voor de maatschappij en voor de wetenschap, het onderhouden van een interactieve website, het publiceren van een nieuwsbrief, én in het produceren van ons onafhankelijk en uniek orgaan Stromingen. In de afgelopen jaren is er met veel ‘nieuw elan’ gewerkt aan het verbreden van het dienstenpakket van de vereniging en aan het vergroten van de toegankelijkheid en interactie met de achterban. Stromingen is en blijft daarbij een van de pijlers van de vereniging.