Stromingen
Stromingen is het vakblad voor hydrologen. Er wordt ruimte geboden aan wetenschappelijke artikelen, reacties, discussiebijdragen, congresverslagen, boekbesprekingen, vuistregels en proza. Stromingen wordt uitgegeven door de Nederlandse Hydrologische Vereniging.
Op deze pagina kunt u alle artikelen die in Stromingen gepubliceerd zijn opzoeken en downloaden.
Naschrift Dick van Doorn
Ik ben blij met de ruiterlijke erkenning van Theo Olsthoorn dat REGIS veel meer informatie bevat dan hij oorspronkelijk suggereerde. In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat DGM en REGIS meer informatie bevatten dan hun analoge (papieren) voorgangers. Via deze digitale systemen is het bovendien mogelijk zeer regelmatig verbeterde informatie toe te voegen. Daar wordt door een team van toegewijde geologen en hydrogeologen dan ook hard aan gewerkt.
Redactioneel
Redactioneel: De Achilleshiel(en) van (grond) water modellerend Nederland
Er is de laatste tijd veel te doen om REGIS(-II). De reacties op de opinie van Theo Olsthoorn in het maartnummer (2009), als verwoord in deze Stromingen, laten dit natuurlijk ook duidelijk zien. Is al deze commotie terecht, of wordt REGIS(-II) onterecht onder vuur genomen? Het stuk van Dick van Doorn lijkt het laatste te impliceren en ik moet zeggen, ook ik was na lezing van het achtergrondrapport diep onder de indruk van de aanpak die is gebruikt bij de constructie van REGIS-II. Ik raad alle criticasters aan de deze achtergrondrapportage te lezen, die te vinden is op: http://www.dinoloket.nl/nl/download/maps/regis/regis.html Er bleven nog wat vragen over, maar verder zeg ik: Uitstekende rapportage die mij veel inzichten heeft geboden en me ervan hebben overtuigd dat REGIS-II zo slecht nog niet is.
REGIS klopt niet
De titel van dit artikel is een vaker gehoorde opmerking die langs meerdere kanalen naar TNO of Deltares wordt geventileerd. Omdat REGIS gebaseerd is op een set van circa 16.500 matig diepe boringen, die samen ruim 40.000 km² ondergrond beschrijven, zal ik de laatste zijn die zal beweren dat dit nooit het geval is. Bij doorvragen of analyse van het desbetreffende probleem valt echter nogal eens op dat er best wel een verklaring is te geven voor dat commentaar. Een deel van het commentaar lijkt vaak voort te komen uit onwetendheid, bijvoorbeeld over de conceptuele uitgangspunten van REGIS en de daaruit voortvloeiende voorwaarden voor de gebruiker, of over de verschillende versies en de beschikbaarheid ervan op DINOLoket. Natuurlijk is een deel van deze onwetendheid niet alleen de gebruiker aan te rekenen, ook schieten de communicatie over REGIS en DINOLoket en de functionaliteiten in DINOLoket van onze zijde wel eens te kort.
Water in Beweging, Een afscheidsinterview met Wubbo Boiten
Toen Vic Klemeš zijn beroemde artikel Dilettantism in Hydrology1 (Klemes, 1986) schreef wees hij er op dat niemand naar een hogeschool of universiteit gaat met het idee om hydroloog te worden. Een gegeven met wellicht voor de hydrologie verstrekkende gevolgen, maar dat is voer voor een andere publicatie.
Reactie Theo Olsthoorn
Ik ben heel blij met de uitgebreide reactie van Dick van Doorn op mijn stukje in de vorige Stromingen. Ik trek het stuk inhoudelijk terug, omdat ik niet heb gezien dat de uitgebreide informatie wel degelijk aanwezig is in REGIS, zoals Dick uitlegt. Ik ben blij met het stuk omdat Dick ons nu duidelijk laat zien wat je in REGIS kunt vinden en hoe je dat doet. Ik vind natuurlijk ook dat de studenten dat moeten weten en niet alleen zij. We hebben immers allen het grootste belang bij een goed DINO en een goed REGIS. Ik was me er eerlijk gezegd niet bewust van dat de geologische onderbouwing van een deel van de oude grondwaterkaarten tekortschiet, dat is goed om te weten.
Korte Golf
Frans van Geer benoemd tot Deeltijd Hoogleraar aan de UU
Trouwe Stromingen lezers kennen Frans van Geer natuurlijk o.a. als auteur van artikelen over tijdsreeksanalyse van grondwaterstanden. Daarnaast is Frans altijd actief geweest binnen de grondwater monitoring en de toepassing van stochastische technieken in de hydrologie. Wat wellicht minder mensen weten is dat hij een van de eerste hydrologen was die gebruik maakte van Kalman Filtering binnen de grondwater hydrologie. Tevens is hij copromotor geweest van tal van hydrologen die hun sporen ruimschoots hebben verdiend binnen de (Nederlandse) hydrologie.
Het Betuwepand en het stoftransport in Lek en Amsterdam-Rijnkanaal bij lage Rijnafvoeren
Het Betuwepand en het stoftransport in Lek en Amsterdam-Rijnkanaal bij lage Rijnafvoeren.
Een alternatieve GHG analyse
Nederland raakt steeds voller. Daardoor wordt er op steeds meer locaties gebouwd die eerdere generaties bestempelden als niet geschikt voor bebouwing. Dit zijn bijvoorbeeld locaties waar het grondwater relatief dicht aan het maaiveld staat. Dit gegeven, gecombineerd met veranderende wetgeving (denk bijvoorbeeld aan de Wet Gemeentelijke Watertaken), is voor veel gemeentes reden om een goed inzicht in relevante grondwaterparameters te hebben of te krijgen. Een van de belangrijkste parameters die bij het bepalen van het bouwpeil van belang is, is de GHG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand). Ook is de GHG samen met de GLG (Gemiddeld Laagste Grondwaterstand) vaak bepalend voor bijvoorbeeld een vergunningsaanvraag in het kader van de grondwaterwet. In het ideale scenario is op de planlocatie een peilbuis aanwezig, waar al gedurende lange tijd het grondwater tweewekelijks wordt gemeten. Een andere voorwaarde voor een goede grondwatermeetreeks is, dat in het gebied de laatste tien jaar geen externe ingreep in de grondwaterstand is voorgekomen. De ideale situatie met een ideale peilbuis op de ideale locatie komt bijna nooit voor (van der Gaast, et al, 2003). Gewoonlijk moet van een (al dan niet) nabij gelegen meetput een beperkte of niet volledige meetreeks worden gebruikt om de GHG en de GLG te bepalen. Deze worden dan geëxtrapoleerd naar de gewenste locatie. Doordat veel meetreeksen niet voldoen aan de basisrandvoorwaarden van de GHG bepaling met de klassieke methode – veel meetreeksen missen per jaar een of meerdere grondwatermetingen – kan met deze methode ook geen goede GHG worden bepaald. Daarnaast worden veel peilbuizen voorzien van divers, waarbij de meetintensiteit omhoog gaat. Met de klassieke methode kan alleen de GHG worden bepaald indien een deel van de data niet wordt gebruikt en de meetintensiteit wordt verlaagd tot de metingen van de 14e en de 28e van de maand. Dit is jammer gezien de meerwaarde die de hogere meetintensiteit kan hebben bij de bepaling van de grondwaterparameters (o.a. de GHG). In dit artikel wordt een alternatieve methode voorgesteld om de GHG te bepalen, op basis van de datasets met een verschillende meetintensiteit.