Stromingen
Stromingen is het vakblad voor hydrologen. Er wordt ruimte geboden aan wetenschappelijke artikelen, reacties, discussiebijdragen, congresverslagen, boekbesprekingen, vuistregels en proza. Stromingen wordt uitgegeven door de Nederlandse Hydrologische Vereniging.
Op deze pagina kunt u alle artikelen die in Stromingen gepubliceerd zijn opzoeken en downloaden.
Korte Golf, Radar, NHI update, aandkondiging NHV special Verzilting, opmerking SIMGRO nav hydrologiedag, de kaarten van Frijtag-Drabbe
In het kader van mijn promotiestudie ben ik onder andere geïnteresseerd geraakt in de mogelijkheden die RADARtechnologie biedt om een belangrijke, en misschien wel in vele gevallen de belangrijkste, on zekerheidsbron binnen de hydrologie te minimaliseren: namelijk de fout in de geschatte neerslaghoeveelheid. Deze tak van hydrologische sport, alsmede de toepassing van op RADAR gebaseerde hydrologische informatie, zoals bij modellering en waterbalansanalyse, staat thans bekend als RADARhydrologie en het doet me deugt dat in Wageningen een RADARhydroloog tot hoogleraar is benoemd: Remko Uijlen hoet. Remko volgt de in 2005 naar de University of Arizona vertrokken Peter Troch op en zal in Wageningen de Leerstoelgroep Hydrologie & Kwantitatief Waterbeheer gaan leiden. Remko ontving in 2001 de Nederlandse Hydrologieprijs voor zijn proefschrift ‘Parameterization of rainfall microstructure for radar meteorology and hydrology’.
NHV Nieuw Elan: Tussenstand en een stap voorwaarts
Na een wat zoekende start loopt het Nieuw Elantraject dat de NHV doormaakt op dit moment weer met de vaart die wij voor ogen hadden. In dit artikel willen we u op de hoogte stellen van de stand van zaken. Om vat te krijgen op de diffuse ongerustheid over de staat van de hydrologie in Nederland, en om een kader te vinden voor het zoeken naar oplossingen, hebben we in de afgelopen uitgaven van Stromingen vanuit verschillende invalshoeken de stand van ons vak geanalyseerd en van commentaar voorzien. Hieronder geven we eerst van deze bijdragen een samenvatting, om daaruit lering te trekken voor de toekomst.
Recycling van lokale verdamping in Europa
Sinds november 2005 werk ik als promovendus bij de afdeling Hydrologie en GeoMilieuwetenschappen aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Mijn promotieonderzoek is een onderdeel van het project ‘Developing Adaptive Capacity to Extreme events in the Rhine basin (ACER)’. Een belangrijke vraag in het project is hoe te anticiperen op toekomstige klimaatverandering en in het bijzonder hoe men het huidige beleid klimaatbestendig kan maken. In ACER zullen adaptatiestrategieën voor overstromingspreventie en extreme droogte in het stroomgebied van de Rijn onder verschillende klimaat- en managementscenario’s worden beschreven en geëvalueerd. Om de effectiviteit van adaptatiestrategieën voor het opvangen van te verwachten klimaatveranderingen te kunnen evalueren, is een realistische simulatie van de hydrologische kringloop noodzakelijk.
Drainageweerstand en voedingsweerstand van een freatische aquifer
Het stromingspatroon van grondwater in een dwarsdoorsnede van een aquifer die door evenwijdige sloten gedraineerd wordt, is een klassiek onderwerp van studie van met name Nederlandse agrohydrologen. De bekendste onderzoekers op dit gebied waren wel Hooghoudt en Ernst. De laatste promoveerde ook op dit onderwerp (Ernst, 1962). Er valt waarschijnlijk weinig meer aan de kennis op dit gebied toe te voegen, maar toch blijkt steeds weer dat praktiserende grondwaterhydrologen zich weinig rekenschap geven van de details van het stromingspatroon in een freatische aquifer. Misschien worden ze door de beschikbaarheid van kant-en-klare modelcodes verleid om modelconcepten voor de werkelijkheid aan te zien? Ik heb in dit tijdschrift al eens betoogd dat consequent toepassen van een modelconcept als de ‘river’ in Modflow ertoe kan leiden dat de intreeweerstand van een rivier soms negatief gekozen moet worden (Maas, 2003). Daar is niets mis mee; een modelparameter is geen zuiver fysische parameter (zo die al bestaan). Het is een mengelmoes van echte bodemeigenschappen en rekentechnische compromissen. Daardoor is het niet verrassend dat de numerieke waarden die modelparameters moeten aannemen om de grondwaterstijghoogte goed te krijgen soms behoorlijk afwijken van wat je fysisch wellicht zou verwachten. Niettemin leidde mijn verhaal tot scepsis van modelbouwers, die volhielden dat een negatieve intreeweerstand onzin is. Toen ik onlangs het proefschrift van Ernst weer eens opensloeg, realiseerde ik me dat hij het fenomeen al lang geleden had opgemerkt.
Zoet-zout verdeling onder het strand: niet zo evident als het lijkt
In kustgebieden komt zoet grondwater, dat van het land naar de zee stroomt, in contact met zout zeewater. Tussen dit zoete en zoute grondwater ontstaat een overgangszone en de positie daarvan is afhankelijk van verschillende factoren. Een ‘klassieke’ situatie is deze waarbij een zoetwaterlens aan de kust zich zeewaarts uitstrekt boven het zoute poriënwater. Dit ontstaat op de volgende manier: zoet water infiltreert op het land zoals in bijvoorbeeld duingebied, stroomt naar zee en stroomt uit op het strand. Dit is echter maar één van de vele mogelijke zoet-zout overgangen die kunnen worden aangetroffen.