Stromingen
Stromingen is het vakblad voor hydrologen. Er wordt ruimte geboden aan wetenschappelijke artikelen, reacties, discussiebijdragen, congresverslagen, boekbesprekingen, vuistregels en proza. Stromingen wordt uitgegeven door de Nederlandse Hydrologische Vereniging.
Op deze pagina kunt u alle artikelen die in Stromingen gepubliceerd zijn opzoeken en downloaden.
Rare Reeksen
Evenals de collega’s De Louw, Stuurman en Van der Meij (Stromingen, jrg 10, nr 2) ben ik in de loop van de jaren een aantal hoogfrequente periodieke grondwaterstandfluctuaties tegengekomen waarvan de oorzaken niet of slechts gedeeltelijk duidelijk zijn, maar die gezien hun karakter en grootte zeker niet als ruis afgedaan kunnen worden. Nadere studie van deze bewegingen zal ons inzicht in de fysica achter de interactie tussen het water in de ondergrond en omgevingsfactoren aanzienlijk kunnen verdiepen. Als bijdrage aan de discussie volgen hierbij enkele van mijn – deels gepubliceerde – ervaringen met deze ‘rariteiten’.
Samen?
Af en toe krijgt de redactie van Stromingen een persbericht toegestuurd. Meestal doen we daar niet zo veel mee. Overheden schrijven dat ze geld in een project steken, opleidingen melden dat er een nieuwe cursus start, bedrijven kondigen een nieuw product aan. Er zijn voldoende watermedia die u daar van op de hoogte houden.
Hatsi-kD: De eeuwige lopende band en de stijghoogte
Het onderstaande perpetuum mobilum heeft al heel wat mensen (ingenieurs) een tijd lang bezig gehouden. Een werkend model stond ooit op een tentoonstelling van Werktuigbouwkunde in Delft met de vraag waarom het niet werkt. Later heeft de vraag bij vrienden maanden lang op het prikbord gehangen, zonder einduitslag. Ook een discussie met een fysicus een flink aantal jaren terug bracht niet de oplossing. Het heeft inmiddels alles met stijghoogte en potentiële energie te maken en is daarom ook voor waterdeskundigen interessant. Het zou toch moeten werken? Aan de ene kant gaan de emmertjes met de zware kogel en afgedekt door een rubberen vlies naar beneden, en aan de andere kant weer omhoog, omdat bij het omkeren onderaan de onderzijde van de band de kogel in het vlies rolt, dit oprekt, waardoor het volume en dus opwaartse kracht van de emmertjes toeneemt, ergo het geheel voor eeuwig moet gaan draaien!
De dynamiek van vennen in schijnspiegelsystemen
Vennen zijn relatiefgeïsoleerde oppervlaktewateren in zandgebieden die vooral gevoed worden door regenwater. De dynamiek van het venpeil wordt mede bepaald door de mate van toestroming van en naar het grondwater. Deze toestroming is op zijn beurt weer van invloed op de chemische samenstelling van het venwater. Verschillen in de soortensamenstelling tussen vennen hangen nauw samen met de venpeildynamiek en chemische waterkwaliteit. Zo worden pH-gebufferde omstandigheden met zeldzame plantensoorten als Waterlobelia en Oeverkruid hoofdzakelijk gevonden in vennen die worden gevoed door basenrijk en schoon grondwater. Informatie over de dynamiek van het venpeil is dus van belang om de ecologie van vennen te begrijpen. In dit artikel wordt die dynamiek onderzocht met behulp van het PIRFICT-tijdreeksmodel.
Brieven: Een osmotische-Artesische Zoetwaterbron – kan zeker niet!
In het verleden is deze vraag al eerder gesteld in een tijdschrift: in de Scientific American van december 1971 namelijk. Ook op internet is op een aantal plekken informatie over dit probleem te vinden. Een kort antwoord op de vraag zou zijn: er zullen geen realistische omstandigheden gevonden kunnen worden om zo’n pomp te laten werken. De werking van ontziltingsapparaten die bijvoorbeeld op schepen worden, berust op het principe van reverse osmose: door water onder grote druk van zout naar zoet door een membraan te laten stromen, blijft het zoute water achter en levert dit een bepaalde hoeveelheid zoet water op. Belangrijk echter is dat die druk groot genoeg moet zijn om de druk door directe osmose te kunnen overwinnen. Hetzelfde principe speelt hier.
Water in the middle east and in North Africa’
Resources, Protection and Management door Fathi Zereini en Wolfgang Jaeschke (red), Springer-Verlag, Berlin, 2004, geb. 369 pag, ISBN 3-540-20771-6, € 9625.
Een boek met als onderwerp ‘Water in het Midden-Oosten’ zal al snel politieke stellingen bevatten – iets wat we bij ‘Water in the Netherlands’ daarentegen niet zo snel verwachten. Drie jaar geleden verscheen het boek <(Diplomacy on the Jordann, een enigszins belangrijk werk over de onderhandelingen over de verdeling van het water uit de Jordaan vanaf eind 19″ eeuw; een boek dat evenwel in geen enkele Nederlandse bibliotheek te vinden is. Al eens eerder heb ik in deze rubriek gemeld dat de kwaliteit van de bibliotheken en ook het aanbod van wetenschappelijke boekhandels zienderogen achteruit gaat. Desinteresse bij het ministerie van OCW helpt hierbij ook al niet.
Meerdere verslagen
Een meer dan eervol afscheid …
Een meer dan eervol afscheid: Frontis-symposium ‘Unsaturated Modeling: Progress, Challenges and Applications’ & ‘Verzilting van grond- en oppervlaktewater: diagnose, prognose en therapie’
Aquapodium promovendis
Sommige Nederlandse waterschappen en provincies zijn aan de slag gegaan met het vlakdekkend vaststellen wan het GGOR. Daarbij is het vaak handig om snel te weten te komen hoe bepaalde ingrepen (reductie drinkwaterwinning, verandering oppervlaktewaterpeil) doorwerken op bijvoorbeeld het freatisch grondwaterstandsverloop. De meeste grondwatermodellen doen er vaak uren over om tot een adequate oplossing voor dit rekenprobleem te komen. Terecht heeft TNO-NZTG gemeend dat dit rekenen ook sneller en slimmer zou moeten kunnen. Peter Vermeden werkt in het kader van zijn promotie-onderzoek aan methoden om dit alles mogelijk te maken. Zodoende levert zijn promotie-onderzoek niet alleen een bijdrage aan de hydrologie als (toegepaste) wetenschap, maar ook aan de wensen die duidelijk leven bij de Nederlandse waterbeheerders.
Ondiepe grondwatertemperatuur als tracer voor grondwaterstroming
Een eerdere publicatie in Stromingen (Bense, 2002) liet het belang van breuken voor grondwaterstroming zien aan de hand van verschillende voorbeelden in Zuidoost-Nederland. In dat artikel werd gesuggereerd dat geothermische methodes goed bruikbaar zijn voor het karakteriseren van grondwaterstroming rondom breuken. Ter plekke van breuken is de verticale grondwaterstroming vaak relatief versterkt omdat veel breuken sterke weerstanden vormen tegen horizontale grondwaterstroming. Het is juist deze verticale component van de stroming die met behulp van geothermische waarnemingen kan worden geschat. Vervolgonderzoek heeft ondertussen plaats gehad rondom de Peelrandbreuk nabij Uden. De resultaten van dat onderzoek worden hier gerapporteerd. Als gevolg van de lage doorlatendheid van de Peelrandbreuk nabij Uden vindt er kwel plaats op de hogere gedeelten in het landschap (op de Peelhorst) en infiltratie in de lagere gedeelten (Roerdalslenk). Analyse van ondiepe temperatuurmetingen
in transecten over de breuk gedaan op verschillende tijdstippen laten zien dat het ondiepe grondwater op de horst in de zomer een aantal graden kouder en in de winter
een aantal graden warmer is dan in de slenk. Dit effect interpreteren we als zijnde het resultaat van de interactie tussen de seizoenale gang in oppervlaktetemperatuur en variaties in grondwaterstroming nabij het oppervlak. Deze hypothese is getest met behulp van een numeriek model van gekoppeld niet-stationair warmtetransport en grondwaterstroming waarin de ondiepe temperatuurmetingen in verband zijn gebracht met de diepere geothermische waarnemingen die gedaan zijn in twee peilbuizen in het systeem. Het blijkt dat voor een juiste simulatie van de waargenomen temperatuurpatronen er rekening gehouden moet worden met de effecten van recente opwarming aan het oppervlak.
Cijfers en letters
Laatst stond er in de krant een wat erg optimistisch verhaal over de mogelijkheden waarmee we straks slecht weer voor kunnen zijn. Het is de bedoeling om – als het ware voor de bui uit – de polders leeg te pompen. Het riep bij mij de associatie op aan een heel aardig boek uit 1995 van John Allen Paulos, getiteld: ‘Een wiskundige leest de krant; Mathematische overdenkingen bij krantenberichten’ (Bert Bakker, Amsterdam). Paulos beschrijft hoe journalisten hem het bloed onder de nagels halen door bronvermeldingen bij allerlei getallen simpelweg achterwege te laten. Zo ook in dit geval van de polders: betreft het een onderzoeksrapport, een mening van een collega of een dromerige toekomstvisie van een beleidsmaker? De nonchalante journalist laat het simpelweg over aan de verbeelding van de krantenlezende hydroloog. Daarnaast slagen vele journalisten er verbazingwekkend vaak in getallen volkomen onjuist te interpreteren. Terwijl een fout getal of (nog pijnlijker) een verkeerde eenheid toch veel erger is dan een spellingsfout!
