Stromingen

Stromingen is het vakblad voor hydrologen. Er wordt ruimte geboden aan wetenschappelijke artikelen, reacties, discussiebijdragen, congresverslagen, boekbesprekingen, vuistregels en proza. Stromingen wordt uitgegeven door de Nederlandse Hydrologische Vereniging.

Op deze pagina kunt u alle artikelen die in Stromingen gepubliceerd zijn opzoeken en downloaden.

Functieafweging op basis van doelrealisatie en waardering: toepassing

In een eerder artikel (Gehrels, 2003) is een methode beschreven waarmee conflicterende hydrologische functie-eisen kunnen worden afgewogen en varianten kunnen worden vergeleken ten behoeve van het opstellen van het gewenste grond- en oppervlaktewaterregime (GGOR). De methode voor afweging is uitgewerkt en getest in twee proefgebieden, een poldergebied in holoceen Nederland (Reeuwijk) en een hoger gelegen zandgebied in pleistoceen Nederland (de Strijbeekse Heide). In dit artikel wordt de toepassing in Reeuwijk beschreven. De doelrealisatie is berekend voor de functies terrestrische natuur, landbouw en stedelijke bebouwing voor de huidige situatie en een variant. Voorts is een indeling gemaakt in homogene deelgebieden op basis van functie, natuurdoeltype en gewastype, en waterbeheerseenheden (poldergebieden). Aan de homogene deelgebieden zijn gewichten toegekend waarmee het relatieve belang wordt aangegeven van de deelgebieden ten opzichte van elkaar binnen het plangebied. De waardering is gebaseerd op de natuurwaarde per natuurdoeltype, de doelstellingen uit de herinrichtingsplannen en het deskundigenoordeel van de waterbeheerders. De methode is in de studiegebieden een bruikbaar hulpmiddel gebleken om de varianten ten opzichte van elkaar te beoordelen.

Lees verder

Opinie

Het nu volgende opiniestuk is niet alleen een reactie op Harry Boukes recensie van de afgelopen NHV-dag, die mijns inziens onrecht doet aan de hoge kwaliteit van het werk van drie van de vier sprekers, maar ook mijn visie hoe de modelleringpraktijk eruit zou moeten zien. Allereerst lijkt het me ook goed te vermelden dat ik helaas op de NHV-dag zelf niet aanwezig ben geweest. Dat had en tweetal redenen:

  • ik had me reeds lang van tevoren opgegeven voor een cursus ArcGIS op dezelfde dag;
  • ik was reeds op de hoogte van het werk van Te Stroet, Troch en Van Walsum.

Daar ik niet aanwezig was zal ik me niet uitspreken over de communicatieve vaardigheden van de drie sprekers, doch toen ik andere presentaties van ze bijwoonden (waar ze wel wat meer spreektijd tot hun beschikking hadden), kwamen ze op mijn zonder meer over als begenadigd sprekers.

Lees verder

Bijeenkomsten: ‘Modflow & More: Understanding through Modeling’, ‘Symposium grondwaterdynamiek in kaart en praktijk: Op naar de integratie van statistiek en fysica!’,

Modflow & More: Understanding through Modeling
Golden, VS., 16-1 9 september 2003.

In september werd de tweejaarlijkse MOD- FLOW-conferentie gehouden in Golden, Colorado, VS. Deze conferentie, dit keer getiteld ‘MODFLOW and more 2003 – Understanding through modeling’ richt zich op het modelleren van grondwater en gaat, ondanks de titel, toch vaak over het modelleren met MODFLOW. Er waren zo’n 250 deelnemers aan de conferentie; voor 80- 90% waren het Amerikanen, met de grootste groepen ‘buitenlanders’ bestaande uit Canadezen, Engelsen, Duitsers, Nederlanders en Australiërs.

Lees verder

Redactioneel

Roepen over droogte

Het jaar 2003 was vanuit hydrologisch oogpunt erg boeiend. Na 2002 woedde de discussie volop hoe er met wateroverlast als gevolg van klimaatveranderingen omgegaan moet worden. Aansluitend werden we geconfronteerd met een zeer droog voorjaar en zomer. Het Hoogheemraadschap Rijnland riep opeens dat er zout water in de polder moest worden ingelaten. Feitelijk bedoelde men dat het chloridegehalte van het inlaatwater boven de 200 mg/l zou komen te liggen. In reactie daarop riep de landbouw dat dit funest is voor de land- en tuinbouw ter plaatse. Natuurbeschermers riepen dat diersoorten als de Groene Glazenmaker het loodje zouden leggen. De eerste beste website die ik over dit beestje aantrof meldde mij dat deze libellesoort behalve in de oostpunt van Rijnland vooral in het gebied rond Steenwijk voorkomt. TNO riep dat Rijnland erg onverstandig handelde, al vraag ik me af in hoeverre TNO wist dat het IJsselmeerwater dat op dat moment als alternatief inlaatwater bij Rijnland voor de deur lag, een chloridegehalte van 900 mg/l had. Ik weet ook niet in hoeverre TNO bij de berichten aan de pers zich realiseerde dat de waterinlaat voornamelijk bedoeld is om het zoute kwelwater dat sowieso in de polders naar boven komt weg te spoelen. Hans Gehrels riep in het vorige nummer van Stromingen op om alle kennisinstituten bij dit soort crisismanagement te betrekken. Daar ben ik het mee eens ben, mits die kennisinstituten ook in staat zijn alle alle beschikbare kennis direkt te mobiliseren en te coördineren.

Lees verder

Meerdere boekbesprekingen

‘Desertification in the Third Millennium’, ‘De ondergrond van Nederland’, ‘Rethinking Water Management’, ‘Water Productivity in Agriculture’

Lees verder

Kation-uitwisselingspatronen bij zoet/zout grondwaterverplaatsingen

Verdringing van zoet grondwater door zout grondwater en vice versa leidt tot kation-uitwisselingsreacties in deltagebieden als Nederland. De reden hiervoor is dat zout grondwater afkomstig van zeewater oorspronkelijk Na en Mg als belangrijkste kationen bevat, en zoet grondwater in kalkhoudende afzettingen Ca als belangrijkste kation bevat. De kationen raken tegen elkaar uitgewisseld bij grondwatertransport omdat het korrelskelet waardoor het grondwater getransporteerd wordt, het vermogen tot kation-uitwisseling bezit.

Lees verder

Vlakdekkende actuele verdamping van Nederland operationeel beschikbaar

Sinds 10 jaar is het SEBAL-algoritme beschikbaar voor het schatten van actuele verdamping. Gekoppeld aan de Penman-Monteith-vergelijking is deze techniek in staat om voor alle weersomstandigheden een schatting van de verdamping in Nederland te maken. Het voordeel is dat de actuele verdamping van elk denkbaar ecosysteem op vlakdekkende wijze kan worden uitgerekend, zonder complexe hydrologische modellen te gebruiken. In het kader van een STOWA-project is deze methode met NOAA-satellietbeelden toegepast. Het gemiddelde verschil tussen SEBAL en verdampingsmetingen op veldschaal is 4 mm/week. Voor grotere gebieden (300 tot 570 km²) is het verschil op weekbasis minder dan 4%. De afwijking tussen de jaarlijkse Makkink referentiegewasverdamping en SEBAL is gemiddeld 94 mm/jr (met een range tussen -200 tot +300 mm/jr), hetgeen erop duidt dat referentiegewasverdamping niet als vervanger van actuele verdamping mag worden beschouwd.

Lees verder

Waterdicht

IX

ik? waarom ben ik er nog?het zwarte water
bij de walstoep. ik lag op knieën en boog
voorover, spelend, en voelde hoe het zoog,
dat zwarte dat zwarte. ik ben in het water
gevallen en ik vlieg zweef door het water
het is om mij het is in mij o het is mij
ik kijk ik ben draaiende vlekken zijn mij
ringen van blauw licht blauw blauw zò
blauw het water
boven beneden zijn niet meer alleen water
golvend. mij. maar wat was sterker? mij
moest scheiding
dulden in ik en dat. want de verleiding
was ht kind de baas. het kopje boven ’t
water
(eventjes) riep kalm: dirkje, wil je mij eruit
halen?
zelf ben ik nu de prijs die ‘k daarvoor moet
betalen.

Geart fan der Mear

uit: Winterkriik, in eigen beheer uitgegeven, Annen1987.

Lees verder