Stromingen
Stromingen is het vakblad voor hydrologen. Er wordt ruimte geboden aan wetenschappelijke artikelen, reacties, discussiebijdragen, congresverslagen, boekbesprekingen, vuistregels en proza. Stromingen wordt uitgegeven door de Nederlandse Hydrologische Vereniging.
Op deze pagina kunt u alle artikelen die in Stromingen gepubliceerd zijn opzoeken en downloaden.
CD-ROM Arbo en Milieu
van RDMG-Uitgeverij te Leeuwarden
‘Ieder zijn vak’, denk ik als ik juristen tegenkom. In ‘mijn tijd’ werden al op jonge leeftijd de alfa’s van de beta’s gescheiden. Het was het moment waarop ik ontdekte dat mijn populariteit bij de meest aantrekkelijke vrouwelijke klasgenoten voor een groot deel gebaseerd was op het feit dat ik in de fietsenstalling de wiskundestof beter kon uitleggen dan onze docent, een activiteit waarvoor geen belangstelling meer was toen ze voor de ’talenkant’ mochten kiezen. Als fervent beta verloor ik de alfa’s steeds verder uit het oog. Een groot deel van hen koos uiteindelijk voor een rechtenstudie, een vakgebied waarvan ik lange tijd gedacht heb dat ik er als techneut niks mee te maken had. Af en toe kom ik ze tegen, waarbij ik moet constateren dat ze naar hun kleding en auto te oordelen zeker niet slechter boeren dan ik. Ooit nam ik deel aan een overleg over een overname van een Nederlands transportbedrijf door een Japanse bank, waarbij er een bodemverontreiniging op het betreffende terrein aanwezig was. Tussen bankiers en juristen waren er twee milieu-adviseurs aanwezig, en hoewel wij beiden onze allernetste kleding hadden gekozen, was in één oogopslag uit onze presentatie af te leiden dat wij niet bij de anderen hoorden.
Terug naar handmatig kalibreren? Verdere integratie van meten en modelleren binnen de hydrologie
Hydrologische modellen, van simpele data georiënteerde modellen tot zeer complexe proces en fysisch georiënteerde modellen, variëren in doel, schaal en complexiteit. Deze modellen zijn een benadering van de hydrologische systemen die worden onderzocht en bevatten in veel gevallen onbekende parameters. Parameters zijn vaak niet onafhankelijk van het model te meten maar worden verkregen door kalibratie. Door de parameterwaarden te veranderen wordt een bepaalde doelfunctie, b.v. de kleinste kwadratensom, die het verschil tussen modelresultaten en metingen weergeeft geminimaliseerd. Het doel van de kalibratie is het verkrijgen van unieke parameterwaarden die daadwerkelijk de systeemeigenschappen beschrijven. Echter, het grote gevaar van de huidige modelkalibratie praktijk is dat alle aandacht gaat naar de fit, die wordt verkregen uit de minimalisatie van de doelfunctie. Er wordt geen rekening gehouden met het bepalen van de goede parameterwaarde waarbij wij een goede parameterwaarde definiëren als een unieke parameterwaarde die daadwerkelijk een systeemeigenschap beschrijft. Een unieke parameterwaarde is belangrijk als we dit soort waarden willen gebruiken voor extrapolatie in ruimte en tijd of in transferfuncties bijvoorbeeld Schaap en Leij 1998).
Hoe doen we tijdreeksanalyse van grondwaterstanden in Nederland?
Verslag van een workshop
Op 5 december 2001 was er te Oosterhout een workshop over tijdreeksanalyse van grondwaterstanden (en stijghoogten), georganiseerd door Brabant Water en Icastat. Deelname was op uitnodiging en er waren 31 personen aanwezig, grotendeels ervaren of aankomende tijdreeksanalisten, aangevuld met enkele beoordelaars van resultaten van tijdreeksanalyse. De workshop was bedoeld als eerste aanzet tot een structurele vorm van directe uitwisseling van ervaringen en ideeën, om zo de mogelijkheden én beperkingen van de tijdreeksanalyse beter in kaart te kunnen brengen. Een andere doelstelling was om – waar mogelijk – tot meer consensus in aanpak te komen. De resultaten van een tijdreeksanalyse kunnen namelijk sterk afhangen van de gevolgde aanpak, maar welke is het meest geschikt, gezien de situatie en de vraagstelling? Er is daarover nog geen consensus onder de tijd- reeksanalisten, vermoedelijk ook doordat zij nog te weinig ervaringen met elkaar hebben uitgewisseld. Dit werkt uiteraard verwarrend voor opdrachtgevers en voor beoordelaars van tijdreeksanalyse en kan uiteindelijk zelfs het aanzien van deze techniek ondergraven.
Bodemgeschiktheidskaart voor verticale bodemwarmtewisselaars
De warmte die in de bodem aanwezig is, kan worden gebruikt als alternatieve warmtebron voor ruimte- en/of tapwaterverwarming van woningen en gebouwen. Deze bodemwarmte kan door de te lage temperatuur niet direct voor verwarmingsdoeleinden worden gebruikt. Met een warmtepomp wordt de temperatuur verhoogd naar een voor ruimte- en/of tap-waterverwarming bruikbaar niveau. De bronwarmte kan aan de bodem worden onttrokken met een verticaal bodemwarmtewisselaarsysteem. Dit systeem bestaat uit één of meerdere verticaal in de bodem aangebrachte lussen.
Soms is weten beter dan meten (tenzij je verkeerd zit natuurlijk): Het discrete Box-Jenkins versus het continue PIRFICT transferruis-model in praktijk
In dit artikel volgt ’the proof of the pudding’ voor wat betreft de vergelijking tussen het volledig statistisch getinte Box-Jenkins-model en het PIRFICT-model waarbinnen bepaalde fysische schematisaties van een systeem aan het model kunnen worden opgelegd. Het is wel aardig dat we aan het eind van deel 1 van dit verhaal geconcludeerd hebben dat het PIRFICT-model in theorie een aantal prettige eigenschappen zou moeten hebben, maar helaas zegt de wetenschapsfilosofie dat theorieën, hoe logisch ze ook mogen klinken, falsifieerbaar moeten zijn in de praktijk. Aldus gaan wetenschappers, volgens een andere wetenschapsfilosoof; naarstig op zoek naar waarnemingen die hun theorieën kunnen staven. Maar zien ze daarbij toevalligerwijze niet situaties over het hoofd die minder mooi kloppen bij de theorie? Een verhaal waarin wetenschappelijk gezien aloude dilemma’s zoals zwarte versus witte dozen, analytisch versus numeriek en Popper versus Kuhn het weer eens tegen elkaar opnemen.
Redactioneel
Maakbaar
We leven nu in het jaar 2002. Het klinkt alweer zo gewoon alsof we nooit een 20″ eeuw hebben meegemaakt. Enkelen van ons hebben nog de veertiger jaren van de vorige eeuw meegemaakt, een dieptepunt van de ‘moderne’ menselijke beschaving. De jaren vijftig stonden in reactie daarop in het teken van opbouw. Grond werd ontgonnen, landbouw geïntensiveerd, industrie uitgebreid. Het was duidelijk dat we wilden afrekenen met levensbedreigende situaties van de voorgaande decennia. Onze maatschappij raakte gericht op het materiële, omdat er op dat vlak een groot knelpunt geweest was. We hebben welvaart nagestreefd, en die verkregen.
Werken met Waternood. Proeftoepassingen in het gebied De Leijen
Door de projectgroep Waternood is in het rapport ‘Grondwater als leidraad voor het oppervlaktewater’ aangegeven op welke wijze waterschappen en landinrichters rekening kunnen houden met wensen van landbouw en natuur voor de grondwaterhuishouding. Het rapport geeft een theoretisch kader voor de te doorlopen stappen om te komen tot een gewenst grond- en oppervlaktewaterregime, en doet suggesties welke hulpmiddelen daarbij toegepast kunnen worden. Om te toetsen of met de huidige kennis de stappen uit de Waternoodprocedure met succes kunnen worden doorlopen is door Alterra in samenwerking met DLG een proeftoepassing uitgevoerd in het gebied De LeGen. Uit deze studie blijkt dat met de huidige kennis het eerste deel van de Waternoodprocedure, de bepaling van de mate van doelrealisatie voor de functies landbouw en natuur, goed is uit te voeren. Wel worden er een aantal kennishiaten gesignaleerd, en blijken bepaalde onderdelen van de voorgestelde Waternood-procedure lastiger uitvoerbaar dan aanvankelijk gedacht. De meerwaarde van het gebruik van regimecurves is minder dan verwacht.