Stromingen

Stromingen is het vakblad voor hydrologen. Er wordt ruimte geboden aan wetenschappelijke artikelen, reacties, discussiebijdragen, congresverslagen, boekbesprekingen, vuistregels en proza. Stromingen wordt uitgegeven door de Nederlandse Hydrologische Vereniging.

Op deze pagina kunt u alle artikelen die in Stromingen gepubliceerd zijn opzoeken en downloaden.

Brieven: ‘NHP en maatgevende afvoer’, ‘Meerwaarde door meer verwijzingen?’

NHP en maatgevende afvoer

Het was verheugend in Stromingen, jaargang 7, nummer 2, te lezen dat het Nederlands Hydrologisch Platform nu echt is geconcretiseerd: met bemanning, secretariaat en een duidelijk programma van activiteiten. De geëtaleerde onzekerheden in het artikel ‘Maatgevende afvoeren, onzekerheden en wereldbeelden’ in hetzelfde nummer van Stromingen versterken nog eens nut en noodzaak van het NHP in het algemeen en het uitwerken en volvoeren van de activiteit in het domein ‘de rol van de hydrologie in klimaatverandering en landgebruik’ in het bijzonder.

Lees verder

Spiraalvormige stroombanen

Een grondwaterhydroloog verzamelt, bewust of onbewust, allerlei conceptuele modellen van grondwaterstroming: uit leerboeken, artikelen en uit eigen ervaring. Wanneer je nu een collega vraagt “Bestaat er grondwaterstroming met spiraalvormige stroombanen?” en je maakt met je hand een schroefvormige beweging zodat gelijk duidelijk is wat je bedoelt, dan duurt het meestal even voordat je antwoord krijgt. Je collega gaat dan namelijk eerst in gedachten zijn hele collectie conceptuele modellen na, maar spiraalvormige stroombanen komen daar waarschijnlijk niet in voor. Dan komt de discussie op gang. Ja, het gaat om stationaire stroming; stroombanen zijn dus per definitie gelijk aan stroomlijnen. Nee, ik bedoel niet een spiraalvormig doorlatend lichaam in een slecht-doorlatende omgeving.

Lees verder

Redactioneel

Cirkel

In de jaren tachtig bestond de Nederlandse Hydrologische Vereniging nog niet. Er waren wel wat organisaties die ervoor zorgden dat hydrologen elkaar regelmatig zagen, maar er was blijkbaar behoefte aan een soort van informeel kontakt, en zo is ooit besloten tot de oprichting van een ‘Hydrologische Kring’. Omdat de wereld veranderde, en er behoefte was om deze club wat sterker te positioneren, is ooit besloten om de Kring te transformeren naar de Vereniging. Voor zover ik kan beoordelen doet die Vereniging wat ‘ie moet doen. Het mag daarom een beetje vreemd lijken dat ik in dit Redaktioneel ga pleiten voor de oprichting van een Hydrologische Kring.

Lees verder

Verblijftijden in de bodem van door drainbuizen afgevoerd water

Bij een onderzoek naar stroming en samenstelling van het door drainbuizen afgevoerde water op ca. 30 boerderijen in de Nederlandse zeekleigebieden (Meinardi en Van den Eertwegh, 1995,1997) bleek dat de concentraties van veel verbindingen in het afgevoerde water een regelmatig patroon in de tijd vertoonden. Dit werd vooral duidelijk bij de beschouwing van de situatie op acht bedrijven waar per maand monsters zijn verzameld in de loop van twee of meer drainageseizoenen, zodat een tijdreeks beschikbaar kwam. Per perceel werden meestal drie drains bemonsterd. De drie monsters zijn samengevoegd tot een mengmonster dat is geanalyseerd op de hoofdelementen met inbegrip van stikstof en fosfor. Per boerderij zijn steeds ongeveer vier percelen op die manier bemonsterd. De regelmaat in de gemeten waarden bleek al uit de waarden van de concentraties, maar kwam nog duidelijker tot uiting als de getallen werden genormeerd door ze te delen door de gemiddelde waarde per perceel. Een voorbeeld zijn de metingen van perceel 3 van de boerderij te Holwierde (Fig.1) voor de twee drainageseizoenen 92/93 en 93/94. Het aangegeven verband levert een aardige uitwerking op.

Lees verder

Neerslaglenzen; sterke ruimtelijke variatie

Bij natuurontwikkelingsprojecten is het van belang inzicht te krijgen in de watersamenstelling in de wortelzone. Hydrologische effecten van herstelmaatregelen worden vaak bepaald met numerieke grondwatermodellen waarmee een ruimtelijk beeld van de effecten op de grondwaterstand en de kwelsituatie wordt verkregen. In dit artikel wordt een methode besproken die, gekoppeld aan een numeriek grondwatermodel, een ruimtelijk beeld geeft van de vorming van neerslaglenzen en daarmee inzicht geeft in de te verwachten watersamenstelling in de wortelzone.

Lees verder

Hatsi-kD 57 tm 60: Hydrologie van estuaria

Dit is de derde aflevering over de hydrologie van estuaria, weer van de hand van Huub Savenije. De vorige twee verschenen in Stromingen 711 en 712.

Lees verder

Wanneer geldt slootafstand = elementbreedte in de berekening van de topsysteemweerstand voor grondwatermodellering?

In de formules voor de berekening van de parameters die het topsysteem beschrijven in een grondwater model (De Lange, 1997; Van Drecht, 1997) komt de slootafstand als een bepalende parameter voor. Als er binnen een element of cel (hierna te noemen element) vele sloten liggen is deze afstand probleemloos direkt te bepalen bijvoorbeeld met behulp van de slootdichtheid. Maar als de slootafstand veel groter wordt dan het element (bijvoorbeeld bij de beken in Brabant of de Veluwe) moet er theoretisch gezien iets ingewikkelds gedaan worden. Een voorbeeld hiervan is beschreven in (De Lange, 1997~). In de praktijk wordt in zo’n geval veelal niet verder gekeken dan het element zelf; zoals bijvoorbeeld bij de eenvoudige eendimensionale opschaling die in de MODFLOW canal-package zit. Er wordt dan niet gekeken naar de slootafstand buiten het element, hetgeen tot een aanzienlijke vereenvoudiging in GIS-operaties voor de parametrisering leidt. Nu blijkt deze vereenvoudiging ook met de meer geavanceerde formules van De Lange of Bruggeman vaak toepasbaar. Wanneer dat is wordt in dit artikel aangegeven. Dit artikel is gebaseerd op de theorie gepresenteerd in de reeks van drie artikelen in Stromingen in 1997 (De Lange, 1997a, b en c). De basis van de topsysteembenadering daarin uitgelegd wordt hier niet meer herhaald.

Lees verder