Stromingen
Stromingen is het vakblad voor hydrologen. Er wordt ruimte geboden aan wetenschappelijke artikelen, reacties, discussiebijdragen, congresverslagen, boekbesprekingen, vuistregels en proza. Stromingen wordt uitgegeven door de Nederlandse Hydrologische Vereniging.
Op deze pagina kunt u alle artikelen die in Stromingen gepubliceerd zijn opzoeken en downloaden.
School
Ooit zat ik bij de TU Delft in de zaal tijdens een lezingendag. Er waren diverse sprekers, en elk van hen werd met een korte inleiding aan het publiek voorgesteld. Dat ging dan ongeveer als volgt: “Deze spreker is in. 1962 afgestudeerd in Delft, dus we mogen aannemen dat het met de gepresenteerde berekeningen wel goed zit…”. Hoewel deze introductie met enig gelach werd ontvangen, liet het me toch niet helemaal los: de beste grappen liggen immers het dichtst tegen de waarheid aan.
Meerdere boekbesprekingen
‘Moisture variability resulting from water repellency in Dutch soils’, ‘Flow and transport in water repellent sandy soils’, ‘Hydrology, Water Resources and Ecology in Headwaters’, ‘Field Hydrogeology’, ‘National water management and the value of nature’
Grondwateraanvulling en oppervlakkige afstroming in Nederland Deel 2: De ontwatering van de kleigronden
Onderzoek op 19 boerderijen in het zeekleigebied aan het water dat door drainbuizen wordt afgevoerd, leverde gegevens op over de hydrologische eigenschappen van de bodem. GeofYsisch onderzoek gaf aan dat de afvoer van het neerslagoverschot plaats vond in een zoete toplaag van 2 tot 4 m dik als de dikte van de afdekkende kleilaag meer is dan 4 m. Bij een geringere dikte werd het grondwater in de zandige lagen eronder aangevuld zodanig dat ruwweg de helft van het neerslagoverschot doordringt tot een diepte van ongeveer 10 tot 20 m in gevallen dat het kleidek minder dan 1 m dik is. Onderzoek naar de mogelijke bronnen van drinkwater in de Over-Betuwe toonde aan dat het grondwater in de aquifers onder de afdekkende kleilaag vrijwel volledig uit rivierwater bestond dat in omringende gebieden in de bodem is geïnfiltreerd. Grondwatermodellering voor benedenstroomse kleigebieden leverde op dat vertikale stijghoogteverschillen, als gevolg van verschillen in polderpeil of van onttrekkingen,
een aanvulling veroorzaken van het grondwater in de onder het kleidek liggende aquifer. Met een GIS samengestelde kaarten van het neerslagoverschot, de grondwateraanvulling en de oppervlakkige afvoer voor heel Nederland zijn opgenomen in begeleidende publicaties over de zand- en veengebieden.
Software: MiRaS BST Office
MiRaS BST Office
Programma voor het registreren van veldwerkgegevens, onderdeel van het mileu-rapportage-systeem, door Groome Computer Services te Brummen, drie disketttes plus handleiding, f 1000,-
Hatsi-kD 30 tm 32: Anisotropie
Elders in dit nummer, in de bijdrage van Gijs Bruggeman, komt haast terloops een recept aan de orde dat aangeeft hoe een formule, die afgeleid was voor een isotroop medium, omgebouwd kan worden tot een formule voor een anisotroop medium. Theo Olsthoorn heeft daaraan jaren geleden een verhelderend artikel gewijd in H20 (Olsthoorn, 1982). Voor deze vijftiende aflevering van HatsikD put ik daaruit een aantal vuistregels.
Weerwoord op reactie ‘Simuleren van 3D dichtheidsafhankelijke grondwaterstroming: MOCDENS3D’, Reactie op ‘verslag NAGROM gebruikersdag’, Reactie op ‘Hatsie-KD Waterscheiding als modelrand’
Simuleren van 3D dichtheidsafhankelijke grondwaterstroming: MOCDENS3D
Repliek op de reactie van Wim de Lange op het artikel door Gualbert Oude Essink in STROMINGEN 4 (1998), nr 1
Verrassende uitkomsten in stromingen: Deel 1
De wiskundige theorie van de grondwaterstroming leidt nu en dan tot uitkomsten die opvallen door hun eenvoud of anderszins door hun bijzondere structuur, of ook wel omdat ze lijken te spotten met ons hydrologische gevoel. In een aantal artikelen wil ik er een paar aan de orde stellen die ik in de loop der jaren op het spoor kwam.
Over grondwatergetijden
De bestaande formules voor grondwatergetijden hebben elk hun eigen beperkt geldigheidstraject. Omdat de beperkingen geformuleerd zijn in termen van bodemconstanten die je van te voren gewoonlijk niet kent, en die je uit een conventioneel getijdenonderzoek ook niet te weten komt, is het lastig om in een concrete situatie de juiste formule te kiezen. Bovendien blijken de formules gezamenlijk niet alle Nederlandse omstandigheden af te dekken. In dit artikel presenteer ik een nieuwe formule, die dat wel doet. Hij incorporeert de bestaande formules, zodat ook het probleem van het kiezen van de juiste formule komt te vervallen. Overigens beperkt de nieuwe formule zich – net als de reeds bestaande – tot één watervoerende laag.